Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...

Beoordeling door arts inbegrepen

Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.

Lipoproteïne a: wat zegt Lp(a) over jouw hartgezondheid?

Lp(a) staat voluit voor lipoproteïne a: een LDL-achtig deeltje met een extra eiwit eraan vast. De hoogte ervan ligt voor ruim 90 procent in uw genen vast en verandert vrijwel niet gedurende uw leven. Voor wie al een cholesterolverlager slikt, is dat een verrassende mededeling. Een statine verlaagt uw LDL krachtig, maar laat Lp(a) ongemoeid en tilt de waarde zelfs licht op. Uw medicijn dekt dit getal dus niet af. Dat is geen reden tot schrik, wel tot een gesprek. Een verhoogde uitslag leidt niet vanzelf tot een extra pil, maar wel tot een scherpere blik op wat op uw leeftijd nog wél te sturen is: uw bloeddruk, uw ApoB en uw bloedsuiker.

Uitslag binnen 6–8 werkdagen na bloedafname (schatting)

Referentiewaarden

Man
g/l
Normaal < 0.3 Hoog
Vrouw
g/l
Normaal < 0.3 Hoog

Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.

Check je eigen waarde

Wat het meet

Deze bepaling meet hoeveel Lp(a) er in uw bloed circuleert. Lp(a) staat voluit voor lipoproteïne a; op uitslagen en in zoekopdrachten ziet u het ook zonder haakjes geschreven, als lpa, of als lipoproteine a. Het gaat steeds om hetzelfde deeltje: een lading cholesterol met precies één molecuul apolipoproteïne B eromheen, net als bij LDL, maar met daaraan een tweede eiwit vastgeklonken: apolipoproteïne(a). Dat extra eiwit lijkt sterk op plasminogeen, de stof die bloedstolsels helpt oplossen. Lp(a) is daardoor twee dingen tegelijk: een deeltje dat zich in de vaatwand kan nestelen, en een deeltje dat het opruimen van stolsels tegenwerkt.

Het beslissende woord bij deze waarde is aanleg. Het LPA-gen bestaat in varianten met meer of minder zogeheten KIV-2-herhalingen. Weinig herhalingen betekent een klein apo(a)-eiwit, en dat gaat samen met een hogere Lp(a) in het bloed. Die erfelijke aanleg verklaart ruim 90 procent van het verschil tussen mensen en staat vast vanaf uw geboorte. De uitslag die u vandaag in handen heeft, had u op uw dertigste dus ook al. Zij is niet ontstaan door jaren van te veel roomboter of te weinig wandelen. Waar uw cholesterol door de decennia langzaam oploopt en rond de overgang een stap omhoog zet, doet Lp(a) niets: het staat stil.

Let tot slot op de eenheid, zeker als u oudere uitslagen bewaart. Uw waarde staat hier in g/l. Dat is een gewichtsmaat, en 0,30 g/l is hetzelfde als 30 mg/dl, de eenheid die u in buitenlandse literatuur tegenkomt. Daarnaast bestaat nmol/l, die niet het gewicht maar het aantal deeltjes telt en internationaal de voorkeur heeft. Omdat het apo(a)-eiwit bij de een veel groter is dan bij de ander, is er geen betrouwbare vaste omrekening tussen die twee. Een uitslag van jaren geleden uit een ander laboratorium legt u dus niet zomaar naast deze: vergelijk alleen binnen dezelfde eenheid, en laat uw arts meekijken als u twijfelt.

Waarom het belangrijk is

Veel mensen boven de vijftig die deze uitslag lezen, gebruiken al een cholesterolverlager. De gedachte ligt dan voor de hand: mijn cholesterol wordt behandeld, dus dit valt daar ook wel onder. Dat is niet zo, en het is het belangrijkste dat u van deze pagina meeneemt. Een statine verlaagt uw LDL-cholesterol krachtig, maar op Lp(a) heeft hij geen enkele grip. Sterker nog: gemiddeld stijgt Lp(a) er licht van, met ongeveer tien tot twintig procent. Uw statine doet zijn werk op een ander getal, en dat werk blijft onverminderd nuttig. Hij dekt dit getal alleen niet af.

Waarom dat uitmaakt: Lp(a) is een zelfstandige, oorzakelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Het risico loopt geleidelijk op met de hoogte van de waarde, zonder scherpe grens, en ongeveer een op de vijf mensen zit boven het niveau dat als verhoogd geldt. Daarnaast is Lp(a) onafhankelijk geassocieerd met verkalking en vernauwing van de aortaklep, een aandoening die juist op latere leeftijd zichtbaar wordt en die op vrijwel geen enkele voorlichtingspagina wordt genoemd.

En dan komt uw leeftijd in beeld, want die verandert het gesprek werkelijk. De Nederlandse richtlijn voor cardiovasculair risicomanagement (CVRM/NHG) adviseert om bij mensen boven de zeventig zónder vastgestelde hart- of vaatziekte niet standaard te beginnen met cholesterolverlaging. Een verhoogd Lp(a) op uw vierenzeventigste leidt dus niet automatisch tot een strengere behandeling. Uw arts weegt de uitslag tegen uw totale risico, tegen de aandoeningen die u al heeft, tegen uw levensverwachting en tegen het aantal medicijnen dat u al gebruikt. Wie dagelijks acht tabletten neemt, is niet vanzelfsprekend beter af met een negende.

Er is bovendien iets wat u zelden ergens leest, maar wat waar is en rust kan geven. Lp(a) voorspelt schade die zich over decennia opbouwt: het deeltje schuurt al vanaf uw jeugd langs uw vaatwand. Wie de zeventig of vijfenzeventig haalt zonder hartinfarct, heeft het grootste deel van de periode waarin dit getal zijn werk doet dus al doorstaan. Dat is geen garantie voor de jaren die komen, en geen reden om de uitslag te negeren. Maar het plaatst hem wel in verhouding: hetzelfde getal weegt op uw dertigste zwaarder dan op uw vijfenzeventigste.

Wat een verhoogde uitslag wél verandert, is de aandacht voor alles wat nog te sturen is. Het gaat om het aantal atherogene deeltjes dat jarenlang langs uw vaatwand komt, af te lezen aan uw ApoB en aan non-HDL-cholesterol en niet aan uw totale cholesterol, en verder om uw bloeddruk, uw bloedsuiker en roken. Bij een verhoogd Lp(a) begint u op een hoger punt, en levert het strak houden van die waarden meer op dan bij een leeftijdsgenoot zonder deze aanleg. Hoe streng dat moet zijn, bepaalt uw arts samen met u.

Tot slot iets over de berichten in de krant. Er wordt gewerkt aan medicijnen die de aanmaak van Lp(a) gericht remmen, en die verlagen het getal fors. Of dat ook daadwerkelijk minder hartinfarcten oplevert, is nog niet aangetoond: die uitkomststudies lopen nog. Veelbelovend is dus niet hetzelfde als bewezen, en er is vandaag geen middel dat uw arts u hiervoor kan voorschrijven.

Wanneer testen

Voor Lp(a) geldt een advies dat u bij vrijwel geen andere bloedwaarde tegenkomt: één bepaling in een heel leven volstaat. De Europese consensus uit 2022 raadt die ene meting aan bij iedere volwassene. Bent u de vijftig, zestig of zeventig gepasseerd en is Lp(a) nooit bij u bepaald, dan is dat niet vreemd: deze waarde stond decennialang niet op het standaardlijstje van de huisarts, terwijl uw cholesterol wél trouw werd geprikt.

Of die ene meting op hogere leeftijd nog zin heeft, hangt af van wat u ermee zou doen. Heeft u al een hart- of vaatziekte, of komen hartinfarcten op jonge leeftijd in uw familie voor, dan is het antwoord doorgaans ja. Bent u de tachtig gepasseerd, gebruikt u veel medicijnen en verkeert u verder in goede gezondheid, bespreek dan vooraf met uw huisarts of de uitslag het beleid nog zou veranderen. Dat is een eerlijker vraag dan of u de test 'mag'.

Stel de bepaling uit tijdens of vlak na een infectie, een operatie of een ziekenhuisopname. Lp(a) gedraagt zich deels als een acutefase-eiwit en valt dan tijdelijk hoger uit; een CRP in hetzelfde buisje laat zien of daar sprake van is. Twee aandoeningen die met de jaren vaker voorkomen, tillen de waarde bovendien structureel op: een verminderde nierfunctie (en het nefrotisch syndroom) en een traag werkende schildklier. Laat bij een onverwacht hoge uitslag daarom ook uw TSH en uw nierfunctie beoordelen voordat er conclusies worden getrokken. Nuchter zijn is voor Lp(a) niet nodig; een maaltijd verschuift de waarde nauwelijks. Worden in hetzelfde buisje ook uw triglyceriden bepaald, dan kan nuchter zijn alsnog gevraagd worden: volg dan het advies dat u bij uw afspraak krijgt.

De categorieën hieronder komen uit de Europese consensus. Zij zijn oriënterend bedoeld en niet als afkapwaarde.

Uw waarde (g/l)Ongeveer in mg/dlOngeveer in nmol/lHoe uw arts dit weegt
minder dan 0,30minder dan 30minder dan 75laag; deze erfelijke factor speelt bij u geen rol en hoeft niet mee te wegen
0,30 tot 0,5030 tot 5075 tot 125tussengebied; telt mee in het totaalplaatje, maar beslist op zichzelf niets
meer dan 0,50meer dan 50meer dan 125verhoogd; ongeveer een op de vijf mensen. Aanleiding om uw beïnvloedbare risicofactoren strenger te bekijken
meer dan ongeveer 1,80meer dan ongeveer 180meer dan ongeveer 430sterk verhoogd; levenslang risico in de orde van erfelijk verhoogd cholesterol



De nmol/l-kolom is nadrukkelijk een benadering: omdat de grootte van het apo(a)-eiwit per persoon verschilt, bestaat er geen vaste omrekening vanuit mg/dl. Weeg daarnaast uw herkomst mee, want de gemiddelde Lp(a)-waarde ligt bij mensen met een Afrikaanse achtergrond aanzienlijk hoger dan bij mensen met een Europese of Zuid-Aziatische achtergrond. Dezelfde uitslag betekent daardoor niet bij iedereen hetzelfde. Laat uw arts de waarde in uw persoonlijke risicoprofiel plaatsen.

Symptomen

Lage waarden

Een lage Lp(a)-waarde geeft geen klachten en hoeft niet behandeld te worden. Er bestaat geen ondergrens waaronder de waarde te laag zou zijn: hoe lager, hoe gunstiger. Mensen die van nature vrijwel geen Lp(a) aanmaken, zijn daar niet minder gezond door. U mag deze erfelijke risicofactor dus eenvoudigweg doorstrepen.

Twee misverstanden liggen bij een lage uitslag op de loer, en juist na uw vijftigste zijn ze belangrijk. Het eerste: een laag Lp(a) betekent niet dat uw risico op hart- en vaatziekten laag is. Uw bloeddruk, uw ApoB, uw bloedsuiker, roken, uw nierfunctie en uw gewicht bepalen dat risico voor het overgrote deel, en die factoren gaan met de jaren juist zwaarder wegen, niet lichter.

Het tweede misverstand is riskanter. Een gunstige Lp(a)-uitslag is géén reden om uw statine of andere hartmedicatie te heroverwegen. Die middelen zijn u voorgeschreven op grond van andere waarden en van uw totale risico, waarin Lp(a) nooit de doorslag gaf. Stop of verander dus nooit iets op eigen houtje, ook niet bij een uitslag die er goed uitziet. Leg de uitslag voor aan uw huisarts of apotheker en laat hen beoordelen of er iets uit volgt.

Hoge waarden

Een verhoogd Lp(a) betekent dat u een erfelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten bij u draagt: uw lichaam maakt van nature meer van dit deeltje aan dan gemiddeld, waardoor uw risico op een hoger punt begint dan bij iemand met precies dezelfde cholesterolwaarden en dezelfde bloeddruk. Het is geen ziekte, geen diagnose, en geen gevolg van iets wat u verkeerd heeft gedaan.

Voelen doet u er niets van. Een verhoogd lpa geeft geen vermoeidheid, geen pijn en geen enkel lichamelijk signaal waaraan u het zou kunnen merken; het komt uitsluitend via bloedonderzoek aan het licht. Over decennia vergroot het de kans op vernauwing van de kransslagaders, een hartinfarct, een herseninfarct en perifeer vaatlijden, en daarnaast op verkalking en vernauwing van de aortaklep.

Eén nuchtere kanttekening mag u op uw leeftijd meewegen: dit getal voorspelt schade die zich langzaam opbouwt. Heeft u de zeventig gehaald zonder hartprobleem, dan ligt een aanzienlijk deel van dat risico inmiddels achter u. Dat maakt de uitslag niet onbelangrijk, maar wel minder alarmerend dan hij op het eerste gezicht lijkt.

Krijgt u klachten zoals druk op de borst, ongewone kortademigheid of duizeligheid bij inspanning, ga dan naar een arts. Die klachten horen bij een aandoening en niet bij een getal, en een bloedwaarde is daar nooit het antwoord op. Neem uw uitslag mee naar de huisarts en verbind er zelf geen conclusies aan, zeker niet over uw medicatie.

Aanbevelingen

Man

Bij laag

Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.

Bij hoog

Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.

Vrouw

Bij laag

Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.

Bij hoog

Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.

Leefstijltips

Laten we met de teleurstelling beginnen: op deze waarde heeft leefstijl vrijwel geen vat. Geen dieet, geen wandelschema, geen kilo's eraf en geen supplement verlagen Lp(a) aantoonbaar en verkleinen daarmee uw risico. Wees dus kritisch op producten die dat wel beloven; uw geld is elders beter besteed.

De winst zit ergens anders, en die is op uw leeftijd juist groot. Met een verhoogd Lp(a) begint u van een hoger startpunt, en dat betekent dat elke risicofactor die u wél kunt sturen méér oplevert dan bij een leeftijdsgenoot zonder deze aanleg. Concreet gaat het om uw bloeddruk, om niet roken, om uw bloedsuikerregulatie (af te lezen aan uw HbA1c), om het aantal atherogene deeltjes in uw bloed, en om voldoende beweging en spierkracht om zelfstandig te blijven. Dat laatste is geen bijzaak: wie mobiel blijft, houdt bloeddruk, gewicht en suikerhuishouding vanzelf gemakkelijker in de hand.

Laat daarnaast uitsluiten dat er een bijkomende oorzaak meespeelt. Een traag werkende schildklier en een verminderde nierfunctie komen met de jaren vaker voor en tillen Lp(a) op. Die aandoeningen zijn behandelbaar, en dat is op zichzelf al winst, los van wat het met dit ene getal doet.

Gebruikt u meerdere medicijnen, neem de uitslag dan mee naar uw huisarts of naar een medicatiebeoordeling bij uw apotheker. Er bestaat geen pil tegen Lp(a), maar de uitslag kan wel aanleiding zijn om nog eens kritisch naar uw bestaande medicatie en uw bloeddruk te kijken. Verander nooit zelf iets aan wat u slikt, en stop nooit met een cholesterolverlager omdat die dit getal niet verlaagt.

Bespreek tot slot met uw arts wat een hoge uitslag betekent voor uw kinderen en kleinkinderen. Elk eerstegraads familielid heeft ongeveer 50 procent kans dezelfde aanleg te dragen. Wat daar verstandig mee is, en wanneer, hoort in de spreekkamer thuis en niet aan de keukentafel.

Veelgestelde vragen

Ik gebruik al jaren een statine. Is mijn verhoogde Lp(a) daarmee afgedekt?
Nee. Uw statine werkt krachtig op uw LDL en ApoB, maar op Lp(a) heeft hij geen grip; gemiddeld stijgt de waarde er zelfs licht van. Dat is geen reden om ermee te stoppen: het middel is voorgeschreven voor een ander getal en doet daar zijn werk. Wat wél verandert, is dat uw arts uw overige waarden strenger kan willen zien. Leg de uitslag voor aan uw huisarts of apotheker.
Verlagen andere cholesterolmedicijnen Lp(a) wel?
Deels. Van de gangbare middelen verlaagt alleen de groep PCSK9-remmers Lp(a) noemenswaardig, met ongeveer een kwart, en die worden voorgeschreven om het LDL te verlagen, niet om Lp(a) aan te pakken. Daarnaast zijn er medicijnen in ontwikkeling die de aanmaak van Lp(a) gericht remmen, maar dat verlagen ook infarcten voorkomt, is nog niet aangetoond. Uw arts beoordeelt wat er in uw situatie nodig is.
Ik ben 76. Heeft het nog zin om Lp(a) te laten meten?
Dat hangt af van wat de uitslag zou veranderen. De Nederlandse richtlijn adviseert om boven de zeventig zonder vastgestelde hart- of vaatziekte niet standaard met cholesterolverlaging te starten, dus een verhoogde waarde leidt bij u niet vanzelf tot behandeling. Voor iemand met een bestaande hart- of vaatziekte, of voor het gesprek over uw kinderen en kleinkinderen, kan de bepaling wél zinvol zijn. Bespreek het vooraf met uw huisarts.
Ik ben 68 en mijn Lp(a) is hoog. Moeten mijn kinderen en kleinkinderen zich laten testen?
Elk eerstegraads familielid heeft ongeveer 50 procent kans dezelfde aanleg te dragen, dus uw vraag is terecht. Maar het is een vraag voor een arts, niet iets om zelf te beslissen of aan te sturen. Uw huisarts kan beoordelen of en wanneer meten voor hen zinvol is. Voor hen is de informatie doorgaans waardevoller dan voor u: zij hebben nog decennia om hun beïnvloedbare risicofactoren bij te sturen.
Mijn nierfunctie is minder geworden en mijn schildklier werkt traag. Verklaart dat mijn lpa-waarde?
Het kan de waarde optillen, maar verklaart hem niet volledig. Een verminderde nierfunctie, een nefrotisch syndroom en een traag werkende schildklier verhogen Lp(a), en alle drie komen met de jaren vaker voor. De erfelijke aanleg blijft echter veruit de belangrijkste factor. Laat uw schildklier en nierfunctie beoordelen voordat er conclusies aan een hoge uitslag worden verbonden; die aandoeningen zijn hoe dan ook behandelbaar.
Ik slik al veel medicijnen. Komt er door deze uitslag nog een pil bij?
Niet vanzelfsprekend. Er is op dit moment geen geneesmiddel dat wordt voorgeschreven om Lp(a) te verlagen. Wat een verhoogde waarde wel kan doen, is uw arts aanleiding geven kritischer te kijken naar wat er al ligt: uw bloeddruk, uw LDL en ApoB, uw bloedsuiker. Bij veel medicijnen weegt uw arts ook de belasting en uw levensverwachting mee. Begin of stop nooit zelf iets.
Is een verhoogd lpa erfelijk, of komt het door het ouder worden?
Erfelijk. Anders dan uw cholesterol, dat door de decennia langzaam oploopt, blijft Lp(a) uw hele volwassen leven vrijwel gelijk: de hoogte ligt voor ruim 90 procent vast in het LPA-gen. Was uw waarde op uw zeventigste verhoogd, dan was zij dat op uw dertigste ook al. Bij vrouwen stijgt de waarde na de overgang hooguit licht. Ouder worden maakt Lp(a) dus niet hoger.