Lipiden Screening
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden voor cardiovasculair bewustzijn.
1–3 werkdagen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
LDL-cholesterol hoopt zich op gedurende het leven. Het beheersen van waarden op latere leeftijd is essentieel voor het voorkomen van cardiovasculaire events en het behouden van hartgezondheid naarmate u ouder wordt.
Uitslag binnen 1–3 werkdagen na bloedafname (schatting)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waardeLDL staat voor low-density lipoprotein. Het is een deeltje dat cholesterol door het bloed vervoert. De uitslag LDL-cholesterol geeft weer hoeveel cholesterol er in al die deeltjes samen zit. Het is dus een maat voor de lading, niet voor het aantal deeltjes; dat aantal wordt beter benaderd door non-HDL-cholesterol en apolipoproteïne B.
Wat de meeste mensen niet weten, is dat LDL in een gewoon lipidenprofiel zelden wordt gemeten. Het wordt berekend. De klassieke formule van Friedewald trekt van uw totaal cholesterol het HDL af en daarna het cholesterol dat in de triglyceridenrijke deeltjes zit: LDL = totaal cholesterol min HDL min triglyceriden gedeeld door 2,2, met alle waarden in mmol/l. Die deling door 2,2 is een vaste aanname over de verhouding tussen triglyceriden en het cholesterol in VLDL-deeltjes. Die aanname maakt een lipidenprofiel goedkoop, en zij is tegelijk de reden dat een LDL-uitslag soms eenvoudigweg niet klopt.
De formule loopt op vier voorspelbare manieren mis.
| Situatie | Wat er met de berekende LDL gebeurt |
|---|---|
| Triglyceriden boven ongeveer 4,5 mmol/l | De formule is niet meer geldig; de meeste laboratoria rapporteren dan geen berekende LDL |
| Lage LDL samen met verhoogde triglyceriden | De formule onderschat de LDL, juist bij behandelde mensen met een hoog risico die zich een onderschatting het minst kunnen veroorloven |
| Niet-nuchtere afname | De maaltijd verhoogt de triglyceriden, en die verhoging werkt rechtstreeks door in de deling |
| Type III dysbetalipoproteïnemie | De vaste verhouding tussen triglyceriden en VLDL klopt bij deze zeldzame stoornis niet, waardoor de uitkomst onbruikbaar is |
Er bestaan nauwkeuriger alternatieven. De Martin-Hopkins-methode vervangt de vaste deler door een factor die per persoon meebeweegt met de triglyceriden en het non-HDL. De Sampson-NIH-formule blijft bruikbaar tot ongeveer 9 mmol/l triglyceriden. Daarnaast bestaat er een directe LDL-bepaling, die het cholesterol in de LDL-deeltjes rechtstreeks meet en dus niet van de triglyceriden afhangt; die directe testen zijn tussen fabrikanten echter minder goed gestandaardiseerd, waardoor twee laboratoria voor hetzelfde bloed uiteenlopende getallen kunnen rapporteren.
Weet daarom altijd wat voor getal u voor u heeft. Een berekende LDL is niet betrouwbaarder dan de drie waarden waaruit hij is opgebouwd.
Van alle waarden in het lipidenprofiel heeft LDL het sterkste oorzakelijke verband met slagaderverkalking. Elk LDL-deeltje draagt één apolipoproteïne B, dringt de vaatwand binnen en kan daar blijven steken. Hoe meer van die deeltjes er decennialang langskomen, hoe meer plaque zich opbouwt. Daarom is het verlagen van een verhoogde LDL de best onderbouwde manier om het risico op een hartinfarct en een herseninfarct te verkleinen.
De belangrijkste zin op deze pagina gaat echter niet over hoog of laag, maar over voor wie. De bovengrens van 3,0 mmol/l op uw uitslag is een referentiewaarde: die beschrijft wat gebruikelijk is in de bevolking. Het is geen doel. Richtlijnen koppelen het doel aan uw risico.
| Situatie | LDL-doel volgens de richtlijn |
|---|---|
| Vastgestelde hart- en vaatziekte, tot 70 jaar (Nederlandse CVRM-richtlijn) | onder 1,8 mmol/l |
| Hoog of zeer hoog risico, of diabetes of chronische nierschade, tot 70 jaar (CVRM) | onder 2,6 mmol/l |
| Zeer hoog risico (ESC/EAS 2019) | onder 1,4 mmol/l |
| Hoog risico (ESC/EAS 2019) | onder 1,8 mmol/l |
| Matig risico (ESC/EAS 2019) | onder 2,6 mmol/l |
| Laag risico (ESC/EAS 2019) | onder 3,0 mmol/l |
Het gevolg is scherp. Een LDL van 2,8 mmol/l staat op de uitslag netjes binnen de referentiewaarden, terwijl diezelfde 2,8 bij iemand die een hartinfarct heeft doorgemaakt duidelijk te hoog is. Omgekeerd levert een LDL van 3,2 bij een dertigjarige zonder verdere risicofactoren een heel ander gesprek op dan bij een zestigjarige die rookt, diabetes heeft en een hoge bloeddruk. Uw risicocategorie, opgebouwd uit leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes, nierfunctie, familiegeschiedenis en bestaande hart- en vaatziekte, bepaalt wat uw getal betekent. Boven de zeventig wordt bij mensen zonder hart- en vaatziekte niet routinematig met LDL-verlaging begonnen.
Een tweede situatie verdient aandacht. Een sterk verhoogde LDL bij iemand die geen cholesterolverlagende medicatie gebruikt, zeker in combinatie met hart- en vaatziekten op jonge leeftijd in de naaste familie, is voor een arts reden om te onderzoeken of er sprake kan zijn van familiaire hypercholesterolemie. Die erfelijke aandoening komt bij ongeveer één op de 250 tot 300 mensen voor en wordt in Nederland nog altijd ondergediagnosticeerd. Een bloedwaarde stelt die diagnose niet en kan dat ook niet: dat gesprek hoort bij uw arts, die ook naar uw familie en uw voorgeschiedenis kijkt.
De verstandige leesregel is dus dat één LDL-getal zonder risicoprofiel weinig zegt. Leg de uitslag naast uw HDL, uw triglyceriden, uw non-HDL-cholesterol en uw bloeddruk, en beoordeel hem samen met een arts.
Een lipidenprofiel mag tegenwoordig niet-nuchter worden afgenomen. Totaal cholesterol, HDL, non-HDL en apolipoproteïne B veranderen na een maaltijd nauwelijks. De uitzondering is triglyceriden: die stijgen na het eten en bereiken hun piek ongeveer drie tot vijf uur later. Omdat de berekende LDL van de triglyceriden afhangt, werkt die stijging door in uw LDL-uitslag. Wilt u een zo zuiver mogelijk beeld van uw LDL, dan is nuchter prikken nog steeds de veiligste keuze. Is uw triglyceridenwaarde bij een niet-nuchtere afname hoger dan ongeveer 4,5 mmol/l, laat de bepaling dan nuchter herhalen voordat iemand er een conclusie aan verbindt.
Er zijn momenten waarop u beter niet kunt prikken. Na een hartinfarct, een grote operatie of een ernstige infectie dalen het totaal cholesterol en de LDL wekenlang. Een lipidenprofiel dat u dan laat doen, geeft een te gunstig beeld van uw gebruikelijke waarde. Wacht daarom enkele weken na herstel. Tijdens de zwangerschap stijgen cholesterol en LDL fysiologisch en fors; een zwangerschapspanel is niet te interpreteren en een bepaling hoort te wachten tot minstens zes tot acht weken na de bevalling.
Is uw LDL onverwacht hoog, dan hoort de vraag naar een onderliggende oorzaak vooraf te gaan aan het gesprek over uw voeding. Een te traag werkende schildklier is daarvan de klassieke, veel gemiste oorzaak, en die is met een TSH-bepaling eenvoudig uit te sluiten. Verder kunnen een nefrotisch syndroom, galstuwing, slecht ingestelde diabetes, zwaar alcoholgebruik, zwangerschap en diverse medicijnen de LDL verhogen, waaronder corticosteroïden, oestrogeen in tabletvorm, isotretinoïne, plaspillen van het thiazidetype, sommige bètablokkers en anabole steroïden.
Houd tot slot rekening met natuurlijke schommeling. Totaal cholesterol en LDL variëren van dag tot dag met ongeveer vijf tot tien procent, triglyceriden met twintig tot vijfentwintig procent. Een verschil van 0,2 mmol/l tussen twee metingen is dus geen trend. Volgt u uw waarden in de tijd, laat de bepaling dan bij hetzelfde laboratorium doen.
Laag LDL is gunstig en verlaagt cardiovasculair risico.
Verhoogd LDL verhoogt cardiovasculair risico. Overweeg dieet, beweging en statines.
Laag LDL is gunstig en verlaagt cardiovasculair risico.
Verhoogd LDL verhoogt cardiovasculair risico. Overweeg dieet, beweging en statines.
Begin bij de oorzaak, niet bij het dieet. Is uw LDL onverwacht gestegen, laat dan eerst een onderliggende oorzaak uitsluiten, met de schildklier voorop. Pas daarna is het gesprek over voeding zinvol.
Het grootste effect op LDL komt van de soort vet in uw eten, niet van de hoeveelheid. Het vervangen van verzadigd vet, dus roomboter, harde bak- en braadvetten, vet vlees en volle zuivel, door onverzadigd vet uit plantaardige oliën, noten, zaden en vette vis verlaagt de LDL meetbaar. Wie enkel verzadigd vet inruilt voor snelle koolhydraten, ziet dat effect niet.
Oplosbare vezels helpen daarnaast: haver en gerst, peulvruchten, fruit en groenten binden galzuren in de darm, waardoor de lever meer cholesterol uit het bloed haalt. Ook plantensterolen en -stanolen, die aan sommige margarines en zuivelproducten worden toegevoegd, verlagen de LDL; overleg met uw arts of apotheker of dat in uw situatie zinvol is.
Beweging en gewichtsverlies verbeteren vooral uw triglyceriden en uw HDL en verlagen de LDL doorgaans maar bescheiden. Ze blijven de moeite waard, want uw risico wordt door meer bepaald dan door één getal. Stoppen met roken verlaagt de LDL niet, maar verlaagt uw cardiovasculaire risico wel het snelst van alles wat u kunt doen.
Een belangrijke grens tot slot: pas nooit op eigen houtje cholesterolverlagende medicatie aan, en stop er ook niet mee na een gunstige zelfaangevraagde uitslag. Die uitslag is vaak juist gunstig dankzij de medicatie.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
HDL, LDL, totaal cholesterol en triglyceriden voor cardiovasculair bewustzijn.
1–3 werkdagen
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten.
Privacybeleid