Beoordeling door arts inbegrepen
Elk resultaat bevat een professionele beoordeling door een BIG-geregistreerde arts. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
LDL/HDL-ratio: uw cholesterolbalans naarmate u ouder wordt
De LDL/HDL-ratio is uw LDL-cholesterol gedeeld door uw HDL. Een lagere ratio is gunstiger en wordt relevanter naarmate het hart- en vaatrisico met de leeftijd toeneemt. Lees wat uw waarde kan betekenen.
Referentiewaarden
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.
Check je eigen waardeWat het meet
De LDL/HDL-ratio zet twee cholesterolwaarden tegenover elkaar: het LDL-cholesterol in de teller en het HDL-cholesterol in de noemer. LDL-deeltjes voeren cholesterol naar de weefsels en kunnen zich in de vaatwand ophopen; HDL-deeltjes voeren cholesterol juist terug naar de lever. De ratio drukt die verhouding uit in één dimensieloos getal. Een LDL van 3,0 mmol/l bij een HDL van 1,2 mmol/l levert bijvoorbeeld een ratio van 2,5 op.
Het is nadrukkelijk een berekend getal en geen extra buisje bloed. Het lab bepaalt het LDL en het HDL, deelt ze op elkaar en zet de uitkomst op de uitslag. Dat lijkt onschuldig, maar het heeft twee gevolgen die de betrouwbaarheid van dit getal bepalen.
Het eerste gevolg is dat de ratio de zwakte van het LDL erft. In de meeste laboratoria wordt het LDL niet direct gemeten maar berekend met de formule van Friedewald: totaal cholesterol min HDL min de triglyceriden gedeeld door 2,2. Die formule gaat ervan uit dat de triglyceriden binnen normale grenzen liggen. Zijn ze hoog, of is het bloed niet nuchter afgenomen, dan komt het berekende LDL te laag uit en wordt de ratio dus gunstiger dan hij in werkelijkheid is. De cholesterol/HDL-ratio heeft dat probleem niet, omdat totaal cholesterol en HDL allebei direct worden gemeten en allebei nauwelijks reageren op een maaltijd.
Het tweede gevolg is dat de ratio hele deeltjesklassen buiten beschouwing laat. VLDL-deeltjes en de zogeheten remnants, de restdeeltjes die overblijven wanneer VLDL zijn vet heeft afgegeven, dragen ook cholesterol de vaatwand in. Ze staan niet in de teller en niet in de noemer van deze ratio. Wie veel triglyceriden en veel remnants heeft, ziet daar in de LDL/HDL-ratio dus niets van terug. Non-HDL-cholesterol, simpelweg het totaal cholesterol min het HDL, telt al die deeltjes wel gewoon mee.
Tot slot: dit is niet hetzelfde getal als de cholesterol/HDL-ratio. Die gebruikt het totale cholesterol in de teller en heeft daardoor een heel andere schaal, met een gebruikelijke bovengrens rond de 5. De LDL/HDL-ratio gebruikt alleen het LDL en zit rond de 3. Wie de twee door elkaar haalt, leest zijn uitslag structureel verkeerd.
Waarom het belangrijk is
Het eerlijke antwoord op de vraag hoeveel deze ratio waard is, luidt: minder dan de meeste mensen denken. Het is een oudere maat die de huidige richtlijnen niet gebruiken. De Europese richtlijn van ESC en EAS en de Nederlandse CVRM-standaard stellen hun streefwaarden op het LDL-cholesterol, met non-HDL-cholesterol en ApoB als secundaire doelen. Geen van beide stelt een streefwaarde voor de LDL/HDL-ratio. Wie zijn behandeling of zijn leefstijl op dit getal baseert, stuurt dus op een maat waar de richtlijn zelf niet op stuurt.
De kern van het probleem is dat een ratio de absolute getallen verbergt. Neem twee mensen. De eerste heeft een LDL van 3,0 mmol/l en een HDL van 1,0 mmol/l: de ratio is 3,0. De tweede heeft een LDL van 4,5 mmol/l en een HDL van 1,5 mmol/l: de ratio is ook precies 3,0. Op papier zijn ze identiek. In werkelijkheid draagt de tweede persoon vijftig procent meer atherogeen cholesterol met zich mee. Het is dat absolute LDL, en niet de verhouding, dat zich decennialang in de vaatwand ophoopt. Een geruststellende ratio bij een hoog LDL is dus geen geruststelling, maar een rekenkundig toeval.
Daar komt bij dat de ratio blind is voor een deel van de belasting. VLDL en remnant-deeltjes tellen niet mee, terwijl ze wel cholesterol de vaatwand in brengen. Juist bij het profiel met hoge triglyceriden en een lage insulinegevoeligheid, waar die deeltjes talrijk zijn, onderschat de LDL/HDL-ratio de situatie dus systematisch. Dat is precies de groep die de extra informatie het hardst nodig heeft.
En er is geen enkele universele grens. Wat een aanvaardbaar LDL is, hangt af van uw totale risico: leeftijd, bloeddruk, roken, diabetes, familiegeschiedenis en bestaande hart- en vaatziekte bepalen samen waar de streefwaarde ligt. Dezelfde waarde kan bij de één prima zijn en bij de ander duidelijk te hoog. Het bovengrensje op uw uitslag is een referentiewaarde van de bevolking, geen doel.
De praktische conclusie is kort. Heeft u naast deze ratio ook een non-HDL-cholesterol of een ApoB op uw uitslag staan, laat die dan zwaarder wegen dan welke ratio ook. Non-HDL heeft geen formule nodig en breekt niet bij hoge triglyceriden; ApoB telt het aantal schadelijke deeltjes. Beide vertellen u iets wat deze ratio niet kan vertellen.
Wanneer testen
U vraagt deze ratio zelden apart aan. Het getal rolt automatisch mee met een lipidenpanel, zodra het LDL en het HDL bepaald zijn. De vraag is dus vooral wanneer een lipidenpanel zinvol is, en onder welke omstandigheden het bloed is afgenomen.
Nuchter of niet is hier belangrijker dan bij de meeste lipiden. Totaal cholesterol en HDL veranderen na een maaltijd nauwelijks, dus daarvoor mag u gerust niet-nuchter prikken. Maar de triglyceriden stijgen wel na eten, en omdat het LDL uit die triglyceriden wordt berekend, tikt dat door in deze ratio. Bij duidelijk verhoogde triglyceriden, zeker boven ongeveer 4,5 mmol/l, is de Friedewald-formule niet meer geldig en zegt de ratio weinig. Herhaal het panel dan nuchter voordat er iets uit wordt afgeleid.
Wacht ook een aantal weken na een hartinfarct, een grote operatie of een stevige infectie. Het cholesterol daalt in die periode tijdelijk, en een panel dat er dan wordt afgenomen onderschat uw gebruikelijke waarde.
Houd bij het vergelijken van twee uitslagen rekening met de natuurlijke variatie: triglyceriden schommelen van dag tot dag met zo'n twintig tot vijfentwintig procent, totaal cholesterol en LDL met zo'n vijf tot tien procent. Een klein verschil is dus meestal ruis en geen trend.
Een nieuw of onverwacht afwijkend lipidenprofiel verdient bovendien eerst een zoektocht naar een onderliggende oorzaak voordat de leefstijl de schuld krijgt. Een traag werkende schildklier verhoogt het LDL en wordt vaak gemist, dus een TSH hoort erbij. Slecht ingestelde diabetes, nier- en leveraandoeningen, fors alcoholgebruik, zwangerschap en een reeks geneesmiddelen (corticosteroïden, oraal oestrogeen, isotretinoïne, sommige plaspillen en bètablokkers, anabole steroïden) kunnen het beeld eveneens verklaren.
De ratio hangt sterk af van wie u bent en in welke levensfase u zit. De onderstaande tabel geeft de richting van het effect, niet een afkapwaarde per groep.
| Groep of situatie | Wat er met LDL en HDL gebeurt | Gevolg voor de ratio |
|---|---|---|
| Mannen, volwassen | HDL ligt gemiddeld lager dan bij vrouwen | De ratio valt bij hetzelfde LDL systematisch hoger uit; de unisex grens van 3,0 pakt voor mannen dus strenger uit |
| Vrouwen vóór de overgang | Oestrogeen houdt het HDL gemiddeld hoger | De ratio valt systematisch lager uit; vergelijken met een man zegt weinig |
| Rond en na de overgang | LDL stijgt, HDL kan licht dalen | Beide helften bewegen dezelfde kant op, waardoor de ratio sneller oploopt dan het LDL alleen |
| Gebruik van anabole androgene steroïden | HDL daalt fors, LDL stijgt | De ratio verslechtert scherp, vaak eerder en sterker dan elk van beide waarden apart |
| Regelmatige duurinspanning | HDL stijgt licht, LDL verandert vaak nauwelijks | De ratio daalt zonder dat de hoeveelheid schadelijk cholesterol is afgenomen |
| Hoge triglyceriden of een niet-nuchter monster | Het berekende LDL komt te laag uit | De ratio ziet er ten onrechte gunstig uit |
Laat uw uitslag altijd door een arts beoordelen, samen met uw losse cholesterolwaarden en uw totale risicoprofiel.
Symptomen
Lage waarden
Belangrijker is dat een lage ratio niet altijd betekent wat u hoopt. De uitkomst kan om verkeerde redenen mooi ogen. Bij hoge triglyceriden of een niet-nuchtere afname komt het berekende LDL te laag uit, waardoor de ratio er gunstiger uitziet dan hij is. Ook alcohol verhoogt het HDL en verlaagt daarmee de ratio, zonder dat er iets aan de gezondheid verbetert. En na een infectie, een operatie of een hartinfarct daalt het cholesterol tijdelijk, wat de ratio kortstondig verlaagt.
Een lage ratio met een hoog LDL erachter is dus geen geruststelling. Kijk altijd naar de losse waarden en laat een arts het geheel beoordelen.
Hoge waarden
Achter een hoge ratio kan een verhoogd LDL zitten, een laag HDL, of allebei tegelijk. Een verhoogd LDL heeft lang niet altijd met voeding te maken: een traag werkende schildklier verhoogt het LDL en wordt gemakkelijk over het hoofd gezien, en ook slecht ingestelde diabetes, nierziekte, galstuwing, leverziekte, zwangerschap en een aantal geneesmiddelen kunnen erachter zitten. Een laag HDL hangt vaak samen met roken, met hoge triglyceriden en verminderde insulinegevoeligheid, en met het gebruik van anabole androgene steroïden.
Een verhoogde ratio is dus geen diagnose en zeker geen aantoning van hart- en vaatziekte. Het is een signaal om de losse waarden erbij te pakken, een onderliggende oorzaak uit te sluiten en het geheel met een arts te bespreken, die uw volledige risicoprofiel meeweegt.
Leefstijltips
Het eerste advies is een waarschuwing: jaag niet op de ratio zelf. Het getal is een breuk, en een breuk kun je op twee manieren verbeteren zonder dat er iets aan de onderliggende situatie verandert. Wie zich richt op het omhoog krijgen van het HDL, verbetert de ratio zonder de hoeveelheid schadelijk cholesterol te verlagen. Precies dat is in groot onderzoek naar HDL-verhogende middelen ook gebleken: het HDL ging omhoog, het risico niet omlaag. Stuur dus op het LDL, en op non-HDL-cholesterol of ApoB als die op uw uitslag staan.
Wat het LDL werkelijk verlaagt is bekend en saai: minder verzadigd vet en transvet, meer vezels uit volkoren producten, peulvruchten, groente en fruit, een gezond gewicht, regelmatige beweging en niet roken. Stoppen met roken verhoogt bovendien het HDL, wat een van de weinige manieren is waarop de ratio en de gezondheid dezelfde kant op bewegen.
Alcohol hoort nadrukkelijk niet in dat rijtje. Het verhoogt weliswaar het HDL en laat de ratio er daardoor beter uitzien, maar het verhoogt tegelijk de triglyceriden en is geen middel om uw cholesterolprofiel te verbeteren.
Laat bij een nieuwe afwijkende uitslag eerst een onderliggende oorzaak uitsluiten, in het bijzonder een traag werkende schildklier. Volgt u uw waarden over de tijd, prik dan steeds onder dezelfde omstandigheden en bij hetzelfde laboratorium, en bedenk dat een klein verschil binnen de natuurlijke variatie valt.
En tot slot: start, stop of wijzig nooit op eigen houtje een cholesterolverlagend medicijn op basis van een zelf aangevraagde uitslag. Dat gesprek hoort bij uw arts.